De bronzen medaille met het team telt voor hem duizend keer zwaarder dan de vierde plaats die hij individueel op het afgelopen WK Zoet behaalde. Het gegeven dat slechts drie man sterker visten is voor Topvisser.nl echter reden genoeg voor een interview met deze sympathieke Limburger. “Dit was de mooiste visserij die ik ooit heb meegemaakt.”
Met weemoed denkt hij alweer terug aan het voedsel- en vooral visrijke water in Spanje. Duizenden karpers bevolken het parcours langs de Guardiana, een traag stromende rivier bij Merida. ‘Het ideale water om met de vaste stok te vissen’, als je het aan Friederichs vraagt.
Friederichs: “Hier in Nederland doen we er alles aan om het water zo helder mogelijk te maken, omdat dat zogenaamd puur natuur is. Met een dramatische visstand als gevolg. De Guardiana is ook puur natuur, maar dan met een geweldige visstand waar je als witvisser echt van gaat kwijlen.”
Een visvakantie waard
Voor nagenoeg elk type sportvisser zijn er vakantiebestemmingen in overvloed, maar de witvisser komt eigenlijk nooit verder dan België of Duitsland. “Het zou me niet verbazen als daar binnenkort verandering in komt”, aldus de 42-jarige Limburger. “Dit is precies wat je als witvisser zoekt. Beslist een visvakantie waard. Je kunt op kleine vissen mikken, zoals alver en dwergmeervallen, maar ook op de grote jongens. Het karperbestand bestaat er hoofdzakelijk uit vissen van ongeveer 1 pond en vissen van 3 tot 4 pond. En sterk! Niet normaal, echt niet te vergelijken met de karpers die wij in Nederland en Begië vangen! ”
Ondanks de niet bepaald Nederlandse visserij presteerde Oranje het om hier Brons te halen. (foto: Jan van Schendel)
Elke dag anders
Wie denkt dat je ‘gewoon even een hengeltje uitwerpt en zo een net vol karpers vangt, zit er volledig naast. Het WK kenmerkte zich juist door een zeer technische visserij waarbij elke goede keuze beloond werd en elke foute keuze afgestraft. Friederichs: “Opvallend was dat de karpers dicht onder de kant aasden waardoor de vaste stok een zeer belangrijke rol speelde. Met een dobber van 1,5 tot 2 gram moest je heel zorgvuldig je stek afvissen, waarbij je voerstrategie bepalend was. Voerde je te ver, dan kon je het wel schudden. Voerde je te weinig, dan kreeg je de stek niet goed aan de gang en bij teveel voer raakte de vis weer verzadigd. Je moest echt elke dag weer opnieuw de vissen op je stek aanvoelen om een zo hoog mogelijk rendement te halen. Het laatste uur was daarbij bepalend omdat de vis op de stek steeds actiever werd. Pakte je het goed aan, dan kon je in het laatste uur de vissen vangen die uiteindelijk het verschil maakten. Het is geweldig dat we deze aanpak als team zo goed in de praktijk hebben kunnen brengen. Deze aanpak als team heeft ons uiteindelijk op het podium gebracht.”
Een kijkje langs de oever van de Guardiana maakt gelijk duidelijk hoe voedsel- en visrijk het water hier is. (foto: Jan van Schendel)
Later deze week deel 2 van dit interview.

Reacties
Login om een reactie te plaatsen.