Het is alweer bijna een jaar geleden: schrale lippen, een verbrand hoofd en lange dagen op het water. Dan denk je wellicht aan een tropische vakantie, maar dat heb je mis! In mei 2009 reisden we, Otto Brons en ik, af naar Noorwegen om daar mee te helpen in de organisatie van het nieuwe roofvistournament de Predatortour.
Dat we mee hielpen in de organisatie betekende gelukkig niet dat we zelf de hengels thuis moesten laten. Nee, Evert Oostdam, onze sponsor en de man achter de Predatortour, verzekerde ons dat er genoeg tijd en ruimte zou zijn om zelf ook lekker te vissen!
Zodoende zijn Otto en ik al weken voor vertrek volop bezig met het inpakken voor de reis die ons in het verschiet staat. Het gesloten seizoen voor de roofvis is in Nederland inmiddels al een paar weken aan de gang en dit geeft mij de gelegenheid om eens rustig mijn kunstaas door te neuzen, want wat zouden die Noorse snoeken nou lekker vinden? Shads, jerkbaits, spinners, pluggen, oppervlakte aas, spinnerbaits?
Gelukkig heeft Evert wel wat advies, hij is namelijk al diverse keren afgereisd naar de bestemming om het water, de Steinsfjorden en Tyrifjorden, voor de wedstrijd te verkennen. Hij heeft er dus ook al vaak gevist en heeft eigenlijk maar één advies: Busterjerks!
De Busterjerk is een jerkbait van Strike Pro en is ook in Nederland al een bewezen vanger. Gelukkig heb ik zelf al een aantal Busterjerks en zo was de basis van mijn kunstaas voor Noorwegen in ieder geval al bij elkaar. Toch nam ik het zekere voor het onzekere en stopte ik uiteindelijk vier propvolle kunstaasdozen in mijn backpack. Bij het optillen van de tas verrekte ik al bijna mijn rug, wat ik voor een goede week vissen wel niet over heb!
De laatste dagen voor vertrek zijn werkelijk waar een hel. De klok tikt voor mijn gevoel langzamer dan ooit en we worden we ook nog eens gek gemaakt met foto’s van mooie vangsten door onze vismaten Jasper en Marc. Zij zijn al een week eerder vertrokken richting Noorwegen om te helpen met de opzet voor de wedstrijd.
Gelukkig is daar dan eindelijk de dag van vertrek en staat Otto stuiterend voor mijn deur, beladen met bagage. We controleren nog eenmaal of we alles hebben en gaan dan snel de deur uit.
Per trein naar het Amstelstation om vanaf daar met de bus richting Noorwegen te rijden, maar al snel blijkt de reis geen pretje te worden. We zijn nog niet eens een paar uur onderweg of de bus zit al stampvol en van airco heeft men kennelijk ook nog nooit gehoord.
Net over de Duitse grens houden we onze eerste pauze. Hier weten we in ons gebrekkige Duits een bordje patat te bestellen. Ik geef je echter wel een tip, een “patatje pinda” kennen de Duitsers niet.
Dit patatje kon ons ook nog wel eens fataal worden, merkten we halverwege de nacht. De bus heeft door een te lange stop een vertraging opgelopen en dat zou nog wel eens kunnen betekenen dat we onze aansluiting met de volgende bus missen.
Eenmaal aangekomen op het busstation van Hamburg, onze eerste overstapplaats, blijkt het een enorme chaos te zijn: het zag werkelijk zwart van de reizigers die allemaal stonden te dringen om een bus in te komen. Snel grist Otto onze tassen uit het laadruim en gewapend met onze tickets gaan we op zoek naar onze aansluiting. De paniek slaat al snel toe, want de bus naar Kopenhagen die op de tickets vermeld staat, is nergens te bekennen!
Na een aantal keer heen en weer lopen, komen we een stel Nederlanders tegen. Zij weten ons te vertellen dat we de bus naar Malmö moeten pakken, deze zou ook in Kopenhagen stoppen. Gelukkig weten we deze bus wel te vinden en proppen we onze bagage in het overvolle laadruim, om vervolgens onszelf in de overvolle bus te proppen.
De rest van de nacht krijgen we niet veel rust, omdat ook deze bus al snel vertraging oploopt en het in de bus enorm benauwd is. Tevergeefs probeer ik toch nog wat te slapen, maar met een huilend kind voor je, is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Als de ochtend eindelijk aanbreekt en we aankomen in Kopenhagen, komen we weer in dezelfde chaos terecht, waar moeten nu weer heen?! Aan onze vorige buschauffeur blijken we ook niets te hebben; hij sprak geen woord Engels, maar bleef wel doorratelen in het Duits. Het lijkt er op neer te komen dat hij geen idee heeft waar onze bus naar Oslo zou zijn en met deze laatste boodschap gooit hij de deuren dicht en vertrekt.
Daar staan we dan, vijf uur in de ochtend op een afgelegen busstation in Kopenhagen. We beginnen op goed geluk de lange rij lege bussen af te lopen in de hoop alsnog onze bus te vinden. Leeg, leeg, leeg en nog eens leeg. Het hele busstation lijkt wel verlaten! Dan zien we aan het eind van de rij een bus vol passagiers. Snel lopen we naar de bus om te kunnen lezen wat er op het papiertje achter de voorruit staat en jawel… Oslo!
Dat we net op tijd zijn, blijkt wel als de chauffeur de handrem er vanaf haalt en de bus langzaam in beweging komt. We sprinten op de bus af en al zwaaiend weten we de bus nog net aan staande te houden. Een streng kijkende Poolse chauffeur doet de deur open: “Tickets, Oslo, yes?”. We laten de tickets zien en met wat tegenzin komt hij achter het stuur vandaan om ons te helpen met de bagage.
Pfoe, we hebben het gered. Doodop ploffen we neer in de bus, maar we beginnen wel eindelijk een beetje een vakantiegevoel te krijgen, met een paar uur zitten we in Noorwegen!
De reis begint inmiddels zijn tol te eisen. We zijn moe en hebben na het bordje patat niets degelijks meer gegeten. De pauzes stellen vanwege de korte duur ook weinig voor en de enige keer dat we wat te eten kunnen kopen is wanneer we in Zweden eventjes bij een tankstation stoppen. Al met al zijn we nu zo’n 20 uur onderweg. Ons hartje begint echter sneller te kloppen in de bus bij het zien van de eerste échte Scandinavische wateren die voorbij komen en al gauw is de vermoeidheid vergeten. Na het passeren van de Noorse grens rijden we nog een aantal uur door om dan eindelijk na een busreis van bijna 25 uur in Oslo te arriveren. We kunnen de snoeken nu echt al ruiken!
Vanuit Oslo is het nog een klein stukje met de streekbus en dan vangen we eindelijk een eerste glimp op van de Tyrifjorden. Een enorm groot meer omringt met bergen waar bij sommige de sneeuw nog op de toppen ligt. Tegen de ramen aangeplakt, aanschouwen we het landschap dat aan ons voorbij trekt, wat een uitzicht!
De Noorse buschauffeur geeft ons na een klein uurtje gereden te hebben een seintje dat we er zijn en helpt ons met de bagage. Als de bus uit het zicht verdwenen is, staan we beiden even uitgelaten te springen en schreeuwen, we zijn er!
Na Jasper en Marc een belletje te hebben gegeven, halen ze ons na een aantal minuten op, om ons vervolgens naar het huisje te brengen, waar we de rest van de week zullen verblijven. We dumpen onze bagage en zeggen iedereen even snel gedag. Hierna bereiden Otto en ik een waar koningsmaal voor onszelf in de vorm van een stel overheerlijke hotdogs en ik kan je vertellen, na een reis van 26 uur gaat dat er wel in!
Als we uitgegeten zijn en weer bomvol energie zitten, pakken snel een hengeltje en hangen er een Busterjerk aan, om nog even snel een uurtje te gaan vissen vanaf de kant. We worden voor gek verklaard, omdat er vanaf de kant nauwelijks vis te vangen valt, aldus Jasper en Marc.
“Dat zullen we nog wel eens zien!” zeggen we en wandelen richting het water.
Het blijkt inderdaad wat lastig om vanaf de kant een mooi plekje te kunnen vinden om te kunnen vissen, maar na 20 minuten lopen komen we aan bij de brug die als scheiding dient tussen de Tyrifjorden en Steinsfjorden. Hier moet het gebeuren!
Een ondiepe baai voor een kleine haven is ons doelwit en al snel vliegen er 2 Busterjerks door de lucht. Helaas gooien een stel waterplanten al snel wat roet in het eten bij Otto en kan hij zijn haken ontdoen van een stel gezonde waterplantjes. Ik heb gelukkig meer succes, na een paar worpen voel ik ineens gewicht: “Ja! Hangen!” schreeuw ik naar Otto en we staan gillend aan de waterkant. Yeah! De eerste echte Noorse snoek! Otto pakt snel zijn camera en schiet wat plaatjes, terwijl de snoek zonder al te veel moeite mijn kant op komt en ik hem vlekkeloos in de kieuwgreep kan pakken.
Vol goede moed vissen we nog een klein uurtje door, maar het Noorse water geeft niet gauw al haar schatten prijs! De teller blijft staan op één vis. Eenmaal terug op het kamp laten we vol trots de foto van onze vangst zien. Hierna krijgen we van Evert samen met de deelnemers van het tournament, die inmiddels ook allemaal gearriveerd zijn, een tour rondom het kamp. De avond wordt afgesloten met een biertje, deze hakt er flink in en al snel besluiten we maar lekker te gaan slapen.
De volgende morgen word ik om half zeven wakker gemaakt door Otto die al grinnikend met een filmcamera de slaapkamer binnen komt. “Kom op jongens, we gaan vissen!” lacht hij terwijl ik een camera in mijn gezicht gedrukt krijg. Ik brom dat ik er zo aan kom en weet langzaam mijn ogen open te krijgen, stiekem had ik nog best even willen blijven liggen, maar daar hebben we natuurlijk geen tijd voor, er moet gevist worden!
Een uur later staan we op de steiger en daar liggen twee prima uitgeruste visboten op ons te wachten. De sleutels worden overhandigd en we krijgen een korte instructie van de Noor die de boten verhuurd. Vandaag is voor de deelnemers een oefendag en dat betekent ook dat wij lekker het water op kunnen om eens uit te vinden waar de snoek zit.
De motoren worden gestart en al tuffend varen we eerst nog even langs het tankstation om nog snel even een tankje benzine te halen, waarna we richting de Steinsfjorden varen. Eenmaal onder de brug door gooit Marc, met wie ik vandaag de boot deel, het gas open en scheuren we met een rotgang over het spiegelgladde water. Ik kijk mijn ogen uit, overal waar ik kijk, zie ik groene bergen met hier en daar een authentiek Noors huisje op de bergheuvel, wat een omgeving!
Na een kwartier varen, zijn we aangekomen op de stek, het zogenoemde “Sniper Alley”. Een stuk water van ongeveer 300 meter met aan de ene zijde het vaste land en aan de andere een groot onbewoond eiland. Mij wordt verteld dat hier in de afgelopen week al vele mooie vissen gevangen zijn en dus laten we snel de boot op de wind mee driften en beginnen we met vissen.
Het duurt niet lang voordat de Noorse snoeken tevoorschijn komen en al snel staat Marc met een licht gekromde hengel een vis te drillen; een klein snoekje blijkt de boosdoener te zijn. We vissen heerlijk verder en vangen om de zoveel worpen een visje. De kanjer blijft echter nog uit. De foto’s van dikke snoeken uit Scandinavië liegen er natuurlijk niet om, maar al snel heb ik door dat een grote vis vangen hier ook nog best lastig is! Ik heb echter niets te klagen, want na een ochtend vissen hebben we al flink wat leuke vissen aan ons voorbij zien komen. We komen er al gauw achter dat het advies van Evert juist was. De snoeken lijken alleen maar geïnteresseerd in de Busterjerks!
Die middag varen we even terug richting het kamp om daar onze rol in de organisatie te vervullen, namelijk het maken van een denkbeeldige startlijn voor aan het begin van de wedstrijd. In formatie spreiden wij ons samen met de boot van Evert uit over een denkbeeldige lijn, waarachter morgen de deelnemers klaar zullen liggen voor de start. Verder praten we even bij over de vangsten en iedereen heeft het naar zijn zin. Het zonnetje is inmiddels goed doorgekomen en het is een genot om op het water te zijn. Na deze korte onderbreking vissen we lekker verder en tegen een uur of drie is het goed raak. We driften boven een plantenbed waar we al een paar visjes vanaf hadden geplukt, als ik op een flinke afstand een goede dreun voel en met een flinke haal de haak zet. “Dit voelt goed aan!” roep ik naar Marc, die nu ook mijn kant op kijkt om te zien wat ik aan de haak heb geslagen. Na een ruime minuut komt de snoek bij de boot, en wat voor een snoek! Een flinke dame van ruim in de 90 begint voor de boot nog even flink te knokken, maar al snel kan ik mijn hengel aan Marc geven om zelf de snoek in de kieuw te grijpen. Yessss, die is binnen!
De snoek, die na meting 98 centimeter blijkt te zijn, zwemt na een korte fotosessie weer rustig de diepte in en met een voldaan gevoel is het nu tijd om onze magen te vullen. We varen met Otto en Jasper richting een snackbar die vlak aan het water ligt. Hier bestellen we een stel hamburgers van, jawel, 250 gram! Je betaalt er aardig wat Noorse kronen voor, maar dan heb je ook wat! Na het eten weten we nog een paar visjes te vangen, maar dan is het toch echt weer tijd om richting het kamp te gaan.
De volgende dag staan we vroeg op en vertrekken na haastig wat broodjes gesmeerd te hebben weer richting de steiger. Al snel liggen we voor anker op de startlijn vanaf waar spoedig de officiële start van de Predatortour zal plaatsvinden. Als Evert en de andere leden van de crew zijn gearriveerd, gaat om precies acht uur het startschot. Onder luid gebulder van de motoren vertrekken de 20 boten richting het open water. De Predatortour is van start gegaan! Onze taak is vandaag om als juryboot te patrouilleren en ervoor te zorgen dat de deelnemers zich netjes aan de regels houden. Zo is het vissen met een aasvis verboden en mogen de deelnemers niet dichter dan 50 meter bij elkaar in de buurt komen. Op deze manier heeft iedereen de ruimte en zullen er geen conflicten ontstaan.
De ochtend verloopt voorspoedig en we vangen zelf ook nog wat prachtige vissen in het kraakheldere water van een ondiepe baai. De snoek begint langzaam richting de paaiplaatsen te trekken en met het warme zonnetje zijn het deze ondiepe baaien die het snelst zullen opwarmen.
Jasper, bij wie ik vandaag in de boot zit, manoeuvreert de boot over de ondiepe zandplaat. Met slechts 40 centimeter water onder de boot is het een lastige opgave om de flinke motor niet vast te laten lopen op de bodem. Gelukkig is er een aflandig briesje en kunnen we perfect driften op de wind en zo de baai uitvissen. Als ik richting een rietkraag gooi zie ik plotseling een flits en met een geweldige knal heeft een snoek mijn Busterjerk te pakken genomen. Het levert een spectaculair gevecht op in het ondiepe, heldere water. Als de snoek uitgedrild voor de boot ligt maken we een paar foto’s van de snoek in het water.
We sluiten de dag af met wat minder vis dan gister, maar wat maakt het ook uit. De hele dag in het zonnetje op het water in een prachtige omgeving. Dat is op zichzelf al een reden om naar Noorwegen te gaan!
De volgende dag volgt het zelfde ritueel, we helpen bij de start van de wedstrijd en gaan daarna zelf het water op. Vandaag gaan Otto en ik op ons eigen houtje de boel nog eens grondig verkennen. We zetten koers naar de Steinsfjorden om daar te gaan zoeken naar onbekende baaien en andere mooie plekjes. We starten vlakbij het stuk water waar we op de eerste dag ook zijn gestart, alleen nu gooien we de motor veel eerder uit, om zo een nog langere strook water af te vissen.
Dat dit geen slechte keuze is blijkt al snel. We vangen allebei in no time een aantal vissen en besluiten terug te gaan om hetzelfde stuk nog eens af te vissen. Wederom is het raak en we proberen, met een klein beetje hulp van de buitenboordmotor, precies op dezelfde plek te blijven hangen.
De volgende twee uur zijn ongelofelijk. Er lijkt serieus geen einde aan te komen! We vangen vis na vis en op een gegeven moment vang ik letterlijk na élke worp een vis. Gierend en brullend staan we in de boot en het duurt enorm lang voordat de vis ons kunstaas door lijkt te hebben. Het is nu officieel: we zijn verliefd op Noorwegen!
Het is nu woensdag en vandaag is de laatste wedstrijddag van het tournament. Iedereen begint moe te worden en aan de knalrode koppen te zien, waarop zich zo langzamerhand een zonnebril heeft afgetekend, is het duidelijk dat de meesten niet gerekend hadden op het prachtige weer van de afgelopen dagen. Ook ik begin aardig rozig te worden van zonnetje en de lange dagen op het water en het wordt elke ochtend iets moeilijker om mijn bed uit te komen.
Gelukkig hebben we Otto, die werkelijk elke ochtend weer bomvol energie de kamer binnen komt stormen om ons wakker te maken. Ook woensdagochtend staan we met een hengel in de hand een baai op de Steinsfjorden uit te gooien en net als gister hebben we de jackpot. Vis na vis komt even kijken in de boot en wat knallen ze toch hard op ons kunstaas. De Noorse snoeken hebben wel een klein nadeel in hun manier van vechten. Vaak was het zo dat ik de snoek voor de boot als een Jojo moest afrollen van mijn lijn. De gekke beesten begonnen namelijk enorm hard te rollen als ze voor de boot kwamen, wat resulteerde in snoeken die compleet ingewikkeld waren in de lijn!
Aan het eind van de middag is de wedstrijd afgelopen en worden de wegwerpcamera’s door de deelnemers overhandigd aan Evert. De deelnemers moesten met deze wegwerpcamera’s hun grootste vissen fotograferen op de meetplank, maar doordat de camera’s een beperkt aantal foto’s konden maken, was het voor de deelnemers nog spannend om te beslissen welke vissen er wel en niet gefotografeerd moesten worden.
Die donderdag was Evert de hele dag druk in de weer om de foto’s te laten ontwikkelen en hadden de deelnemers, en wij dus ook, een dagje om vrij te gaan vissen.
De meeste deelnemers bleven wat langer in bed liggen, maar wij stonden al weer trouw om half 9 te gooien op ons geluksplekje van gister. Vandaag even geen zonnetje, maar een grijze lucht boven de fjorden. Als we rond 12 uur staan te vissen met onze rug in de wind voel ik ineens een windvlaag.
Binnen slechts 30 seconden slaat het weer compleet om en waait er ineens een wind met stormkracht door de fjorden. Als we achter ons kijken zien we een enorme wolkenpartij die zich een weg heeft gebaand over de bergtoppen en zich nu met een enorme kracht in de fjorden stort.
Snel trekken we allebei een reddingsvest aan, want door de wind staat er ineens ruim een meter deining. Even willen we gewoon eigenwijs zijn en gewoon door vissen, totdat we zien dat de rand van de boot toch wel gevaarlijk dicht in de buurt van het water komt door de deining. We gooien de motor aan en scheuren recht tegen de golven in, richting wat beschutting achter een eiland. Ik zit ineen gekropen in de punt van de boot, met mijn rug naar het water en zie muren van water zijdelings over de rand van de boot vliegen. Ik kan echter wel lachen om de situatie, want Otto krijgt achter het stuur de volle laag en is binnen een paar minuten helemaal doorweekt. Na 20 minuten schuilen is de storm overgewaaid en kunnen we weer aan de slag.
Alsof Moeder Natuur gewoon even met ons wou dollen, komt na een tijdje de zon weer tevoorschijn en kunnen de regenpakken uit. Het blijkt weer een heerlijke middag te worden met volop vis en als we terugkeren naar het kamp blijken ook Jasper en Marc flink op hun donder gehad te hebben tijdens de storm. ’s Avonds in ons huisje eten we gezamenlijk pasta en worden de plannen voor onze laatste visdag besproken. Jasper en Marc besluiten om de Tyrifjorden op te gaan om nog een laatste keer te zoeken naar die vis die over de magische grens van een meter gaat.
Otto en ik hebben andere plannen. Na het succes van de afgelopen dagen op de Steinsfjorden willen we daar de laatste vissen gaan vangen. Op de waterkaart zien we nog een paar delen waar we tot nu toe weinig gevist hebben en besluiten die delen morgen een kans te geven.
Als ik de volgende ochtend bij het tankstation sta om onze jerrycan met benzine te vullen, besef ik me dat het alweer bijna voorbij is. Maanden lang heb ik naar deze week toegeleefd en nu is de laatste dag alweer aangebroken. Als ik om me heen kijk en de bergen met daaraan het water zie, begin ik het al te missen. Veel tijd om er bij stil te staan heb ik echter niet en gewapend met een volle tank benzine, wat koekjes en een chocoladereep zijn we klaar voor de laatste dag.
Na Jasper en Marc succes te hebben gewenst, zetten we wederom koers richting de Steinsfjorden om onze laatste dag te gaan vissen. Wederom is het een prachtige dag en staan we rond 12 uur zonder jas te vissen. Beschut tussen een paar eilandjes loopt de temperatuur op naar een graad of 20 en ik krijg bijna het gekke idee om te gaan zwemmen. Als ik daarna een snoekje vang en het water voel, is het verlangen naar frisse duik al gauw de wereld uit en realiseer ik me dat er nog niet zo lang geleden nog ijs lag, brrrr. Ik word uit mijn gedachten gehaald als ik Otto een schreeuw hoor geven en zie dat hij heeft aangeslagen op een flinke vis. Beide turen we over het water om een glimp op te vangen van de vis die Otto zijn hengel diep doet doorbuigen. Dan is daar ineens een massale schim en we staan beide even te kijken van de massale omvang van de snoek. Wat een pens! Bij de eerste kans die ik krijg, grijp ik de snoek in de kieuw en til haar aan boord.
Wat een gigant! De vis is enorm breed en is weer prachtig getekend. Na de vis overhandigd te hebben aan Otto, pak ik de camera en zet Otto, die alleen maar kan grijzen, op de foto met zijn prachtige vangst. We meten de vis en dan geeft Otto haar snel de vrijheid weer terug. De vis blijkt maar 89 centimeter te zijn en bij het terugzien van de foto’s beginnen we te twijfelen of we de vis wel goed gemeten hebben. Het kan gewoon niet dat deze lompe vis niet boven de 90 zat, het kan gewoon niet! Helaas zullen we het nooit weten en zit er niets anders op dan verder vissen.
De middag vordert en de laatste uurtjes vissen tikken voorbij, we vangen genoeg vis, maar ook bij ons blijft die magische vis van boven de meter ongrijpbaar en als het tegen vijf uur loopt, moeten we van het water om de boot in te leveren. Tijdens het terugvaren richting de steiger kijk ik om me heen en zeg ik één ding tegen mijzelf: ik kom hier zeker een keer terug.
’s Avonds is het moment waar de deelnemers op gewacht hebben, de uitslag van de eerste Predatortour. De prijstafel staat overvol en buiten staat de hoofdprijs: een gloednieuwe Marcraft visboot, te wachten op zijn nieuwe eigenaar.
Een voor een worden de prijswinnaars naar voren geroepen om hun prijs in ontvangst te nemen. Evert feliciteert alle winnaars met een handdruk en ze worden even in de spotlights gezet door een aantal mensen die foto’s maken. Dan is het zover en iedereen wordt naar buiten geroepen voor de hoofdprijs. De winnaars van Predatortour, en tevens het enige team die zowel snoek, baars én forel wisten te vangen, zijn de Nederlanders Eric Smits en Marcel Binnekamp. Een applaus volgt en de winnaars worden uitgenodigd om plaats te nemen in hun splinternieuwe visboot voor een fotosessie.
De avond wordt afgesloten met een feestelijke barbecue en als het vlees op is, gaan we naar buiten om in het avondzonnetje nog lekker na te praten met wat deelnemers.
Moe maar voldaan, keren we aan het eind van de avond terug naar ons huisje. Onderweg geniet ik nog even van de prachtige zonsondergang.
Iedereen ligt al vroeg in bed om voorbereid en enigszins uitgerust te zijn voor de terugreis. Het is nog vroeg als de eerste wekkers al af gaan. Marc en Jasper die weer mee zullen rijden met Evert slepen hun bagage het huisje uit en om half acht wensen Otto en ik ze een prettige terugreis en rijden ze het kamp uit.
Wij zelf zullen later op de ochtend de bus richting Oslo pakken om vervolgens weer een lange busreis tegemoet te gaan.
Rustig aan ruimen we die ochtend het huisje op en we kunnen bijna niet geloven dat we weer terug moeten. Het huisje wordt afgesloten en we leveren de sleutel in. Nog één keer werp ik een blik over de fjorden voordat de bus voor onze neus stopt, waarmee onze terugreis begonnen is.
Als we eenmaal in de bus zitten voel ik een steek van heimwee, nú al, naar het prachtige Noorwegen.
Tight lines,
Sylvain Fleur

Reacties
Prachtige verhaal Sylvain ! Ik ben al jaren een verstokt Zweden-ganger en ook dit najaar staat er weer een tripje gepland met wat andere die-hards. Maar dit lezende wordt het wellicht tijd om de grenzen weer eens te verleggen...... Andy van Assema
Geplaatst door avanassema Van 9:16 op 4 Juni 2010 Dit is niet oké
Fantastisch stuk, leuk geschreven en een absolute droomreis. echt vet! Ik hoop er ooit zo één te maken. Ben wel op vakantie geweest naar Zweden, daar ook wel wat gevist maar niet veel vanwege het feit dat ik samen met mijn vriendin was en die houdt niet van vissen, helaas! Een visreis naar NW of Zweden is mijn droom, top dat je zo'n goede week hebt gehad, alleen jammer dat die meterplus er niet uit is gekomen, volgende keer beter!.
Geplaatst door Teun1985 Van 9:23 op 4 Juni 2010 Dit is niet oké
Mooi verhaal, doet mijn bloed ook weer sneller stromen. Noorwegen is mijn visland :-) maar ik ga voor het buitenwater. Maar als ik je verhaal zo eens rustig doorlees wordt ik wel erg nieuwsgierig. Nu moet ik wel eerlijk bekennen dat ik vanddaag toevallig mijn eerste snoek heb gevangen van 74cm ik vond dit eigenlijk al best wel groot. Maar als ik zo jouw verhaal eens lees heb ik maar een jonkie gevangen :-) Suc6, Grtz Henk.
Geplaatst door hb1nos Van 22:58 op 5 Juni 2010 Dit is niet oké
Login om een reactie te plaatsen.