Hij geldt als misschien wel de beste bondscoach die ons land ooit gekend heeft en leidde ons Nationale team afgelopen weekend voor het eerst in twintig jaar naar het erepodium van een WK. Samen met coaches Willem Raven en André Schipper – hij kan het niet genoeg benadrukken. Een goed gesprek met Jan van Schendel.
Door Juul Steyn
Lees ook: Nederland pakt brons op WK in Spanje
Wie hem een beetje kent, weet dat hij vol wrok zit over een wedstrijdcarrière die in het teken stond van de vierde plaats. ‘De ergste plaats die er is’. Wat als teamlid niet wilde lukken, kreeg hij als bondscoach wel voor elkaar: het eremetaal pakken op een WK met ‘onze mannen’: Jo Adriolo, Jaques Valkenburg, Stefan Altena, Christian Surquin, Jurgen Spierings en Dieter Friederichs. Deze laatste miste op een haar na het podium voor de individuele klassering. Later deze week volgt een interview met deze sympathieke, maar bovenal ijzersterk vissende Limburger.
Brons! V.l.n.r.: Jan van Schendel, Stefan Altena, Dieter Friederichs (vierde plaats en beste Nederlander), Jurgen Spierings, Christan Surquin, Jack Valkenburg, Jo Adriolo en coach André Schipper. Willem Raven, ook coach, ontbreekt hier. (foto: Nicolas Ber
De eeuwige vierde
Om de gedrevenheid en volharding van de karakteristieke Brabander te begrijpen, moeten we eerst terug in de tijd.
“Als wedstrijdvisser heb ik jarenlang in de Nationale ploeg gezeten. Het was daarbij altijd hetzelfde liedje: slechte organisatie, slechte sfeer en daardoor slechte resultaten. We hebben nooit zelf een medaille mogen winnen, we zaten er steeds net naast. Maar liefst zes keer eindigden we met het team als vierde en dat voelt heel slecht. Dat viel niet alleen onszelf op, maar ook andere teams. Ik voelde me echt de eeuwige vierde.”
Van lieverlee raakte Van Schendel begin jaren ’90 uit het internationale wedstrijdcircuit. Toen hij na 12 jaar afwezigheid voor het eerst weer meedeed aan een WK (Slowakije 2003), beleefde hij het meest desastreuze kampioenschap ooit. “Echt alles ging verkeerd. We kregen de vis gewoon niet gevangen en dat had zeker ook te maken met een beroerde sfeer en een slechte organisatie.”
Kentering als coach
“De ommekeer kwam toen ik in 2005 door Sportvisserij Nederland werd gevraagd om coach te worden. Eerst met alleen Willem Raven en een jaar later ook met André Schipper hebben we er toen heel duidelijk voor gekozen om een nieuwe weg in te slaan. Voorwaarde was onder meer dat het selectiesysteem werd aangepast en wij als coaches vissers konden kiezen uit de Nationale Selectie.”
Dat was het begin van een nieuw beleid. “Dat was voor mij een omslagpunt. Ik zag meer kans op internationaal succes in de functie van bondscoach dan als teamlid onder een slechte leiding.”
Jan van Schendel: "De bronzen plak is een bevestiging dat we op de goede weg zijn, maar meer ook niet."
De visser voorop
“Ik heb zo vaak gezien hoe het niet moet, dat ik inmiddels zeker weet hoe het wel moet", zegt hij lachend. "De kern van ons beleid: de visser staat voorop. Je moet de teamleden alleen met het vissen bezig laten houden en de rest moet voor hen verzorgd worden. Daarbij spelen André en Willem een rol van onschatbare waarde, vaak nog groter dan van mezelf. Zij zetten zich net als de teamleden zelf honderd procent in voor het groepsresultaat en niet voor individuele glorie. Je hebt immers niets aan de vijf beste vissers als ze niet met elkaar kunnen omgaan. Op een onbewaakt moment vraag ik me wel eens af waarom ik dat zelf nooit een keer heb mogen meemaken.”
Teleurstellingen
Het is een gegeven dat er meer vissers zijn die internationaal willen vissen dan dat er plaatsen in de internationale teams zijn. De coaches moeten daardoor elk jaar weer enthousiaste en sterk vissende sportvissers teleurstellen. Vaak met stevige kritiek als gevolg.
Van Schendel: “Om daarmee om te gaan, splits ik mezelf in tweeën. Aan de ene kant ben ik de coach die professionele keuzes maakt is, en aan de andere kant blijf ik ook maar gewoon mens. En in die laatste hoedanigheid heb ik er echt problemen mee om goedwillende sportvissers teleur te stellen. Ik heb door keuzes als coach persoonlijke vrienden verloren. Dat is pijnlijk, en misschien ook wel logisch, maar daardoor niet minder lastig.”
Ervaring behouden
De rigoureuze koerswijziging heeft geleid tot verbeterde resultaten met een bronzen plak als voorlopig hoogtepunt. Een belangrijk speerpunt van het coachteam is het behouden van ervaring.
“Vroeger was het credo: ‘Je hebt kanaalvissers nodig op een kanaal en riviervissers op een rivier'. Dat is onzin. Je hebt goede allrounders nodig. De vissers van de huidige internationale teams stimuleren elkaar om de beste techniek en tactiek onder de knie te krijgen. Het team is stabiel omdat er vrij weinig verloop is. De opgedane ervaring blijft zo binnen het team en dat resulteert in een sterke allround ploeg. Dat zie je ook bij de Engelsen: daar zit zoveel kennis en ervaring, dat kan bijna niet fout gaan. Ze zijn niet voor niets wéér wereldkampioen. Maar wij vissen inmiddels ook overal in Europa, op de meest uiteenlopende wateren en op de meest uiteenlopende vissoorten. Het begrip ‘on-Nederlandse visserij’ speelt daardoor een steeds kleinere rol. Wij visten dit WK ijzersterk op alvers en dwergmeervallen en die vangen we in Nederland echt niet.”
Brons als bevestiging
“In het verleden zijn wij als Nederland echt uitgelachen vanwege de slechte sfeer, prestaties en organisatie. Dat heeft me enorm geraakt. Ik heb me toen voorgenomen om Nederland op de kaart te zetten en dat hebben we deze week als team gedaan. Het echte doel is natuurlijk goud en daarvoor hebben we beslist de kwaliteiten in huis. Wij kunnen uiteindelijk Engeland, België en Italië verslaan. Nu nog niet, maar er komt een moment dat het wel kan. Want er is één ding dat wij wel hebben en andere landen niet: een jong team dat zeer snel leert. We zijn nu al sterker dan Frankrijk, en dat had je vijf geleden echt niet kunnen denken. We zien het brons als een stimulans om verder te gaan. Het is een bevestiging dat we op de goede weg zitten.”

Reacties
Login om een reactie te plaatsen.